css templates

Een klein duwtje in de rug...

Rechtbank Limburg

Sonja van Dalen (54) is met de auto op weg naar haar werk als ze, wachtend voor een rood verkeerslicht, wordt aangereden. De ernst van de aanrijding lijkt mee te vallen. De andere bestuurder biedt zijn verontschuldigingen aan en de schadeformulieren worden ingevuld. Hiermee lijkt de zaak afgehandeld, maar een week later krijgt Van Dalen last van haar nek. De pijn wordt steeds erger en op een dag lukt het haar niet meer om hele dagen te werken. Van Dalen – ironisch genoeg zelf schadebehandelaar bij een verzekeringsmaatschappij – heeft op dat moment al contact met de verzekeraar van haar aanrijder. Daar behandelt Tom Stoop de zaak en hij adviseert haar parttime te gaan werken. Dit doet ze, tot ook dit niet meer lukt. Ze wordt afgekeurd en volledig arbeidsongeschikt verklaard met als diagnose whiplash.

De aardige Stoop heeft inmiddels een andere baan en de behandeling van de zaak schiet maar niet op. Als ze aanspraak maakt op schadevergoeding, gaat de verzekeringsmaatschappij dwars liggen: mevrouw Van Dalen zou vanwege psychische klachten of vroegere rugklachten tóch wel arbeidsongeschikt zijn geworden. Ze kan € 18.000,- krijgen, geen euro meer. Van Dalen spant een procedure aan tegen de verzekeringsmaatschappij. Deze dient een verzoekschrift in voor een voorlopig deskundigenonderzoek door een orthopeed én een psychiater. Van Dalen verzet zich tegen de benoeming van een psychiater en tijdens de mondelinge behandeling van het verzoekschrift stelt de rechter mediation voor.

Van Dalen ziet op tegen het onderzoek, vertelt ze tijdens het eerste gesprek bij mediator Wouter de Graaf: “Ze duren zo lang en er komen natuurlijk allerlei persoonlijke zaken aan bod. Ik wil dat er zo snel mogelijk een einde aan de onzekerheid komt.” Ook de verzekeringsmaatschappij blijkt weinig trek te hebben in een langdurige procedure met een onduidelijke uitkomst. De Graaf merkt vrij snel dat Van Dalen niet in staat blijkt tot zakelijk handelen. “U bent erg emotioneel, zie ik.” Van Dalen knikt: “Ik heb meneer Stoop van alles in vertrouwen verteld over mijn oude rugklachten en andere problemen in het verleden. Hij was zo aardig, we hebben samen zo gezellig thee gedronken. Nu blijkt dat alles in mijn dossier staat en tegen me wordt gebruikt. Ik voel me echt bedrogen. En de manier waarop ik daarna werd benaderd voelde heel onplezierig. Alsof ik mijn klachten zou hebben aangedikt.” Jammer dat deze Stoop niet meer bij de wederpartij werkt, denkt De Graaf, dan had hij hier aan tafel kunnen zitten. Hij zint op een manier om de emoties te scheiden van de zaken. Na overleg met partijen en de beide advocaten ontstaat het idee om Stoop uit te nodigen voor een apart gesprek met Van Dalen onder begeleiding van De Graaf.

In dit gesprek wordt vooral gesproken over de verwachtingen die zij van hem kon hebben als professioneel tussenpersoon en daarna is de lucht geklaard. Tijdens de onderhandelingen over de hoogte van de uitbetaling, lopen de emoties af en toe toch weer hoog op. Niet ongewoon in letselschadezaken, omdat letsel mensen letterlijk en figuurlijk raakt. Achteraf vertelt De Graaf: “Als de boze en gekwetste gevoelens van mevrouw weer de overhand kregen, ging ik over tot afzonderlijke gesprekken met partijen en hun advocaat. Daarna kon er weer verder onderhandeld worden. De advocaten zijn gespecialiseerd in letselschade en konden een realistische prognose maken van de uitkomst van een procedure en de procedurekosten. Dus ook van de kosten die een geslaagde mediation zou uitsparen. Bovendien hebben beide advocaten geholpen bij het doorbreken van de impasses.”

In de derde bijeenkomst wordt de vaststellingsovereenkomst getekend: de verzekeringsmaatschappij betaalt binnen zeven dagen € 118.000,-netto aan Van Dalen als smartengeld, materiële schadevergoeding en vergoeding voor het verlies van het arbeidsvermogen. De procedure en het deskundigenonderzoek zijn hiermee van de baan. Van Dalen is zichtbaar opgelucht. “Ik ben zo blij dat het achter de rug is. En zo snel ook. Ik weet nu waar ik aan toe ben en kan weer aan mijn toekomst gaan denken. En Ton Stoop was toch eigenlijk nog steeds aardig...” Ook de verzekeringsmaatschappij is tevreden over de efficiënte oplossing: “We hebben zakelijk en aan de hand van goede maatstaven kunnen onderhandelen met respect voor eenieders belangen.”

Deze casus komt uit de Brochure “Mediation naast rechtspraak in civiele en kantonzaken”, te vinden op www.rechtspraak.nl

Deel deze Forum Romanum