html web templates
Mobirise
Project CrossBES
Cross border execution of sentences
Grensoverschrijdende samenwerking in strafzaken is tot nu toe voornamelijk gericht op de opsporingsfase. De samenwerking bij de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van sancties is echter een onderbelicht thema. Toch zijn beide even belangrijke aspecten van handhaving van het strafrecht, met name in de strijd tegen georganiseerde misdaad en terrorisme. 
Mobirise
De ervaring heeft geleerd dat gevonniste personen de grenzen gebruiken/misbruiken om de correcte, adequate en tijdige uitvoering van hun straf te belemmeren. Het ontbreken van een snelle en duidelijke reactie, met name over de grenzen heen, leidt tot straffeloosheid, een gevoel van onveiligheid en onrechtvaardigheid. De drie landen uit de euregio Nederland, Duitsland (NRW) en België hebben geconstateerd dat de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van straffen problematisch* is.   

Als belangrijkste redenen hiervoor worden aangegeven:
• een gebrek aan kennis en een gebrek aan informatie over de rechtsinstrumenten, structuren en mogelijkheden die in de partnerlanden beschikbaar zijn met betrekking tot onderzoeksactiviteiten in de uitvoeringsfase belemmeren een coherente en doeltreffende grensoverschrijdende uitvoering van straffen;
• onvoldoende uitwisseling van informatie in specifieke uitvoeringszaken;
• een ineffectieve en inefficiënte grensoverschrijdende samenwerking bij de tenuitvoerlegging van vonnissen.

Onbekendheid met nieuwe EU-kaderbesluiten op dit gebied maken de problemen enkel groter. Er bestaat dan ook behoefte aan diepgaand onderzoek en reflectie over dit onderwerp. Ook de ministers van Justitie van BE, DE en NL hebben het belang van een correcte en adequate (grensoverschrijdende) uitvoering van vonnissen onderkend en hebben het Bureau voor Euregionale Samenwerking (BES**) de opdracht gegeven een project op dit gebied uit te werken, het project CrossBES (cross border execution of sentences). Dit project is op 1 oktober 2017 van start gegaan en heeft een looptijd van 2 jaar. Het project wordt afgerond met een symposium op 30 september 2019.

De doelgroep van het project bestaat in de eerste plaats uit de leden van de Openbare Ministeries en rechters. Maar ook advocaten, wetenschappers, verdachten, veroordeelden en andere burgers in de EU kunnen profiteren van de resultaten van het project CrossBES. Zij kunnen toegang krijgen tot de voorgenomen vergelijkende rechtsstudie, maar ook hebben zij indirect voordeel van de toegenomen kennis van de rechters en openbare aanklagers, waardoor de correcte en coherente toepassing van het nationale en het EU-recht worden bevorderd. 

Om de uitvoering van vonnissen over de grenzen heen succesvol uit te voeren, de re-integratie van de veroordeelde in de samenleving te vergroten, het gevoel van veiligheid te verhogen en de straffeloosheid te verminderen, is kennis van elkaars mogelijkheden, beperkingen en structuren op dit gebied en die van de EU noodzakelijk. Wat is bijvoorbeeld het kader voor voorwaardelijke invrijheidstelling, hoe zit het met het vergoeden van slachtoffers over de grenzen heen, hoe kunnen de opbrengsten van misdrijven worden geconfisqueerd, zijn er telefoontaps of observaties mogelijk om veroordeelde personen op te sporen? Welke instantie beslist over welke vraag? Zijn er termijnen die in acht genomen moeten worden?

Mobirise
Voortbouwend op de "BES-praktijk" is het doel van het CrossBES project tweeledig: het creëren van een netwerk van praktijkmensen en het verbeteren van de kennis en samenwerking bij de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging. Deze doelen van het project CrossBES moeten worden bereikt op basis van vier complementaire en elkaar bij de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging wederzijds versterkende pijlers c.q. werkstromen:

A. Een rechtsvergelijkende studie
Deze rechtsvergelijkende studie voor België, Duitsland en Nederland zal beoefenaars van juridische beroepen inzicht geven in de juridische mogelijkheden, beperkingen en structuren van de deelnemende landen, waardoor zij met succes vonnissen kunnen uitvoeren over de grenzen heen, rekening houdend met de belangen van de samenleving en de resocialisatie van veroordeelden. Het Belgische en Duitse deel van het onderzoek wordt uitgevoerd door professor Dirk van Daele van de Universiteit van Leuven. Het Nederlandse deel wordt geleid door professor André Klip van de Universiteit Maastricht (NL). Zij zullen beiden worden bijgestaan door advocaat-generaal en bijzonder hoogleraar Joep Simmelink, Universiteit Maastricht. Inmiddels zijn er onderzoeksbezoeken gerealiseerd en hebben verschillende coördinatie- en discussiebijeenkomsten plaats gevonden om de kwaliteit van het onderzoek te waarborgen en peer-to-peer review mogelijk te maken. De rechtsvergelijkende studie zal tijdens een minisymposium op 30 september 2019 te Maastricht worden gepresenteerd aan vertegenwoordigers van de EU-commissie en de nationale autoriteiten van de drie landen.

B. Een opleidingsprogramma
Het project voorziet in opleidingen die zijn verdeeld in drie tweedaagse sessies - elk met een eigen inhoud en programma. Door middel van simultaanvertaling kunnen tijdens de bijeenkomsten de voertalen van de deelnemers worden gebruikt. De tweedaagse sessies vinden plaats op de ERA (Europese Rechts Academie) te Trier (Duitsland). Aan deelname en verblijf zijn voor de deelnemers geen kosten verbonden; deze worden gefinancierd vanuit Europese projectgelden. Tijdens elke sessie wordt een geselecteerde groep van circa 50 praktijkmensen uit de drie landen getraind in de juridische mogelijkheden, beperkingen en structuren van de drie landen en de toepassing van de relevante EU-wetgeving. De rechtsinstrumenten van de EU worden onderzocht en besproken in het licht van het nationale recht om het wederzijds begrip tussen de verschillende rechtsstelsels te vergroten.

De deelnemers worden geïnformeerd over de rechtsgebieden van de andere stelsels en over de manier waarop de kaderbesluiten en richtlijnen in het nationale recht en de structuur van de drie landen zijn omgezet. Het trainingsprogramma geeft voldoende tijd voor discussie en interactie over de voor- en nadelen van de verschillende nationale implementaties (niet alleen tijdens pauzes). Deelnemers gaan actief op zoek naar belemmeringen, maar ook naar samenwerkingsmogelijkheden. De opleidingen vergemakkelijken ook de oprichting, versterking en/of uitbreiding van het netwerk van beoefenaars van juridische beroepen.
De opleidingen voorzien in een plenair deel en een deel bestaande uit workshops. Tijdens de plenaire bijeenkomsten wordt door de verschillende experts uit de drie landen het theoretisch kader geschetst. Tijdens de diverse workshops gedurende de tweedaagse seminars behandelen de deelnemers in nationaal dan wel trinationaal samengestelde werkgroepen een aantal praktijkcasus. Onderdeel daarvan is het opstellen (in de Engelse taal) en uitvoeren van de bij de grensoverschrijdende samenwerking te gebruiken certificaten. In elke werkgroep is één tolk aanwezig die van en naar de moedertaal in het Engels kan vertalen, voor het geval de deelnemers taalkundige ondersteuning nodig hebben.

Voor de nationale werkgroepen wordt telkens eenzelfde stapsgewijs opgezette werkwijze toegepast. Allereerst ontvangt elke werkgroep dezelfde gesimuleerde casus en stelt zij een certificaat op. Dit certificaat wordt naar de groep van een ander land gestuurd, die het zal behandelen. Dit kan leiden tot bijv. een vraag naar meer informatie, een erkenning of weigering van het certificaat. Na de eerste workshopsessie presenteert iedere werkgroep tijdens een plenaire vergadering haar bevindingen en ervaringen bij het opstellen en uitvoeren van een certificaat.

Vervolgens ontvangt elke werkgroep hetzelfde gesimuleerde voorbewerkte certificaat en wordt gevraagd het certificaat uit te voeren volgens de nationale wetgeving. De werkgroepen brengen daarna, wederom tijdens een plenaire vergadering, verslag uit van hun bevindingen, met de bedoeling de resultaten onderling te vergelijken. Het doel is om na te gaan of er verschillen zijn in interpretatie en toepassing van het certificaat tussen de werkgroepen. De resultaten zullen worden besproken tussen de deelnemers en de deskundigen, met feedback van wetenschappers. Deze aanpak zal meerdere malen worden herhaald om verschillende gevallen en situaties te behandelen.

Daarna worden de deelnemers verdeeld in trinationale werkgroepen. Elke werkgroep ontvangt dezelfde gesimuleerde casus en wordt gevraagd om mogelijke oplossingen voor specifieke problemen te vinden en te bespreken. De resultaten worden weer gerapporteerd en besproken tijdens een plenaire sessie. De nationale deskundigen zullen hun feedback geven. Er is voorzien in tijd voor discussie en interactie tussen de deelnemers onderling en tussen de deelnemers, deskundigen en wetenschappers. Zo wordt beoogd zicht te krijgen op enerzijds de beste praktijken en ervaringen bij de grensoverschrijdende uitwisseling en anderzijds probleempunten bij de uitvoering van het op grensoverschrijdende tenuitvoerlegging gerichte EU-rechtsinstrumentarium. Na de opleiding zullen de beoefenaars van juridische beroepen de EU-rechtsinstrumenten kunnen toepassen met inachtneming van de nationale wetgeving van de andere staat (staten), waardoor een effectievere uitvoering van de straffen tussen de drie landen kan plaatsvinden.

De opleidingen worden gegeven volgens het "teach-the-teacher" principe. De deelnemers zijn op basis van de verworven kennis en inzichten binnen hun organisatie aanspreekpunt, verspreiden actief de opgedane kennis en adviseren collega's in specifieke gevallen.
De hoogleraren die de rechtsvergelijkende studie uitvoeren, nemen ook deel aan de opleidingen, zodat de uitwisseling en interactie tussen theorie en praktijk is gewaarborgd. Zij zullen hun bevindingen van de rechtsvergelijkende studie bespreken en de feedback van de beoefenaars gebruiken om hun studie te verfijnen en te verrijken.

C. Het opstellen van een ‘roadmap’
De bevindingen van de rechtsvergelijkende studie en de analytische studie van Nelen over de structuren met betrekking tot de uitvoering van straffen in de drie landen, zullen bijdragen aan het opstellen van een ‘roadmap’. Deze routekaart biedt een stapsgewijze leidraad om te komen tot een grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van de verschillende strafrechtelijke sancties (gevangenisstraffen, geldboetes, confiscatie, alternatieve straffen, etc.). De routekaart zal in digitaal formaat worden opgesteld, zodat hij gemakkelijk kan worden aangepast aan veranderende regelgeving. Het exacte format kan pas worden bepaald gedurende de uitvoering van het project, aangezien dit afhankelijk is van de resultaten van de vergelijkende rechtsstudie, de resultaten van de analytische studie van de nationale structuren en de interactie met de deelnemers aan de opleiding.
De routekaart zal worden verspreid onder alle beroepsbeoefenaars en instellingen die betrokken zijn bij de uitvoering van vonnissen binnen België, Duitsland en Nederland. De routekaart zal ook aan het EJN worden voorgelegd om op de website van het EJN te plaatsen, zodat de leden van de openbare ministeries en rechters van andere Europese landen advies kunnen krijgen wanneer zij in België, Duitsland of Nederland een vonnis grensoverschrijdend willen uitvoeren. Tot slot zal het format van de routekaart aan het EJN worden voorgelegd om te worden ingevuld met relevante nationale wettelijke en structurele informatie van alle EU-landen, zodat er een EU-handboek ontstaat over de wijze waarop vonnissen binnen de Europese Unie over de grenzen heen kunnen worden uitgevoerd.

D. Aanbevelingen
De opgedane kennis tijdens het hele CrossBES project zal worden vervat in een aantal aanbevelingen om de (grensoverschrijdende) uitvoering van straffen te verbeteren en te versterken. Deze aanbevelingen zullen worden aangeboden aan nationale en Europese wetgevers en beleidsmakers. De aanbevelingen zullen worden opgesteld op basis van een tweedaags eindseminar dat in mei 2019 plaats vindt. Voor deelname aan dit eindseminar worden 50 professionals op het gebied van grensoverschrijdende strafuitvoering (idealiter een selectie van deelnemers aan de voorafgaande opleidingen) uitgenodigd. Deze deelnemers hebben bewezen een hoge mate van kennis, expertise en betrokkenheid bij het onderwerp te hebben en worden geselecteerd op basis van het beoogde resultaat van dit seminar, namelijk de formulering van aanbevelingen aan nationale en EU-wetgevers.
Bij het opstellen van de aanbevelingen wordt rekening gehouden met de input van het seminar, de bevindingen van de rechtsvergelijkende studie, de best practices en belemmeringen die aan het licht zijn gekomen tijdens de opleidingen en de observaties ten behoeve van de studie van Nelen.

Resume
Samengevat zal het project, bestaande uit de hierboven vermelde pijlers / werkstromen, leiden tot:
- een beter inzicht in de EU-wetgeving en de wettelijke en structurele mogelijkheden en beperkingen als het gaat over de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties in België, Duitsland en Nederland;
- een groep van meer dan 50 beroepsbeoefenaars die diepgaand zijn opgeleid en getraind in de materie en in staat zijn om nationale collega's bij te staan en te adviseren bij de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van sancties;
- een model/routekaart die de uitvoering van vonnissen in de hele Europese Unie zal vergemakkelijken en vereenvoudigen;
- aanbevelingen die nationale en Europese wetgevers en beleidsmakers input geven om de (grensoverschrijdende) uitvoering van strafrechtelijke sancties verder te versterken;
- meer bewustwording, een breder netwerk en dus een betere samenwerking tussen de betrokken partners in de EU, een betere uitvoering van de sancties in de hele EU en een grotere bewustwording van de rechten van gevonniste personen.

B. Köke
Officier van justitie, arrondissementsparket Limburg

* Zelfs de nationale tenuitvoerlegging van straffen verloopt bepaald niet vlekkeloos. Zie bijvoorbeeld:
- Uit een rapport van de Algemene Rekenkamer (2012) - een adviesorgaan van de Nederlandse regering - blijkt dat 16% van de gevangenisstraffen niet wordt uitgevoerd. 
- In een rapport van het Rekenhof (2014) staat dat 60% van alle financiële sancties in België niet wordt uitgevoerd. 
- In 2015 meldde het Bundeskriminalamt (BKA) 107141 open aanhoudingsbevelen in verband met de uitvoering van vonnissen in Duitsland. 
- Op 9 januari 2017 werd een wetenschappelijk rapport "Combating organised crime - A study on undercover policing and the follow-the-money strategy" van dr. E. Kruisbergen gepubliceerd, waaruit blijkt dat in Nederland in de periode van 1995 tot 2015 slechts 40% van de criminele vermogensbestanddelen na veroordeling kon worden teruggevonden.

** Het Bureau voor Euregionale strafrechtelijke Samenwerking (BES) is een tri-nationale instelling van de parketten van het Openbaar Ministerie in de Euregio’s Maas-Rijn en Rijn-Maas-Noord. Het BES is gevestigd op het arrondissementsparket Limburg te Maastricht. Het BES richt zich op het initiëren en verbeteren van de justitiële samenwerking in het ook in crimineel perspectief intensieve drielanden grensgebied van België, Nederland en Nordrhein-Westfalen (NRW). Het voorzien in opleidingen voor de leden van het openbaar ministerie in de euregio en daarbuiten is eveneens een belangrijk aspect van het werk van het BES. Het BES organiseert zelfstandig gezamenlijke tri-nationale opleidingen voor de leden van het Openbaar Ministerie in de Euregio’s en onderhoudt in dat kader nauwe contacten met de wetenschap in de drie landen. Daarnaast is het BES nauw betrokken bij de door de nationale opleidingsinstituten van het openbaar ministerie in België, Nederland en NRW georganiseerde gezamenlijke opleidingen van enerzijds leden van het Belgische en het Nederlandse OM en anderzijds de leden van het Duitse en Nederlandse OM. Voorts organiseert (inhoudelijk en feitelijk) het BES gezamenlijke bijeenkomsten van leden van het openbaar ministerie en vertegenwoordigers van de politiediensten in de euregio om gezamenlijk te spreken over- en oplossingen aan te dragen voor de problemen die in de dagelijkse praktijk van de grensoverschrijdende opsporing en vervolging worden ervaren. 
Het programma van het project is grotendeels opgebouwd rondom de kaderbesluiten:
- 2002/584/JHA betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten;
- 2008/909/JHA inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen etc.;
- 2008/947/JHA inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen etc.

Copyright (c) | Forum Romanum is een samenwerkingsverband tussen de Rechtbank Limburg, het Openbaar Ministerie Limburg en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UM. Deze samenwerking beoogt een onderlinge dienstverlening, waarbij wordt gedacht aan cursussen, congressen, deelname aan de oefenrechtbank, stages etc. Het doel van Forum Romanum? Delen van kennis en kunde!

Contact Redactieraad Forum Romanum

Archiefoverzicht Forum Romanum